Druk op de ontgrendelingsknop van de standknop en draai aan de standknop om uit de volgende standen te kiezen:

Standknop

Ontgrendelingsknop van standknop

  • b Automatisch: Een “richten-en-maken”-stand waarin de camera belichting en tint instelt (0 Foto’s maken (b-stand), Films opnemen (b-stand)).
  • P Automatisch programma:: De camera stelt sluitertijd en diafragma in voor optimale belichting. Aanbevolen voor snapshots en in andere situaties met weinig tijd voor het aanpassen van de camera-instellingen.
  • S Sluitertijdvoorkeuze: U kiest de sluitertijd; de camera selecteert het diafragma voor de beste resultaten. Gebruik om beweging te bevriezen of onscherp te maken.
  • A Diafragmavoorkeuze: U kiest het diafragma; de camera selecteert de sluitertijd voor de beste resultaten. Gebruik om achtergronden onscherp te maken of breng zowel voorgrond als achtergrond scherp in beeld.
  • M Handmatig: U regelt zowel sluitertijd als diafragma. Stel sluitertijd in op “bulb” of “tijd” voor lange tijdopnamen.
  • Gebruikersinstellingen standen U1, U2 en U3: Wijs veelgebruikte instellingen toe aan deze posities om ze snel op te roepen.

P: Automatisch programma

In deze stand past de camera sluitertijd en diafragma automatisch aan volgens een ingebouwd programma voor een optimale belichting in de meeste situaties. Verschillende combinaties sluitertijd en diafragma die dezelfde belichting produceren, kunnen worden geselecteerd door aan de hoofdinstelschijf te draaien (“flexibel programma”). Terwijl flexibel programma actief is, wordt de aanduiding flexibel programma (U) weergegeven. Draai, om de standaardinstellingen voor sluitertijd en diafragma te herstellen, aan de hoofdinstelschijf totdat de aanduiding niet langer wordt weergegeven of kies een andere stand of zet de camera uit.

S: Sluitertijdvoorkeuze

In sluitertijdvoorkeuze kiest u de sluitertijd terwijl de camera automatisch het diafragma selecteert dat de optimale belichting oplevert. Draai aan de hoofdinstelschijf om een sluitertijd te kiezen. Sluitertijd kan worden ingesteld op “×200” of op waarden tussen 30 sec. en 1/8.000 sec. en kan worden vergrendeld bij de geselecteerde instelling (0 f4: Sltertijd en diafragma vergr.).

Monitor

Bedieningspaneel

A: Diafragmavoorkeuze

In diafragmavoorkeuze kiest u het diafragma terwijl de camera automatisch de sluitertijd selecteert die de optimale belichting oplevert. Draai aan de secundaire instelschijf om het gewenste diafragma te kiezen tussen het minimale en maximale diafragma van het objectief. Diafragma kan bij de geselecteerde instelling worden vergrendeld (0 f4: Sltertijd en diafragma vergr.).

Monitor

Bedieningspaneel

Belichtingsinstellingen filmmodus

De volgende belichtingsinstellingen kunnen worden aangepast in de filmmodus:

  Diafragma Sluitertijd ISO-gevoeligheid
P, S 1 2, 3
A 2, 3
M 3, 4

Belichting voor stand S is gelijk aan belichting voor stand P.

De bovenlimiet voor ISO-gevoeligheid kan worden geselecteerd met behulp van de optie ISO-gevoeligheid instellen > Maximale gevoeligheid in het filmopnamemenu.

Ongeacht de optie die is gekozen voor ISO-gevoeligheid instellen > Maximale gevoeligheid of voor ISO-gevoeligheid (stand M), is de bovengrens ISO 25600 (Z 7) of 51200 (Z 6), wanneer Aan is geselecteerd voor Elektronische VR in het filmopnamemenu.

Als Aan is geselecteerd voor ISO-gevoeligheid instellen > Auto ISO-gevoeligh. (st. M) in het filmopnamemenu, kan de bovengrens voor ISO-gevoeligheid worden geselecteerd met behulp van de optie Maximale gevoeligheid.

M: Handmatig

In handmatige belichtingsstand regelt u zowel sluitertijd als diafragma. Draai aan de hoofdinstelschijf om een sluitertijd te kiezen en aan de secundaire instelschijf om het diafragma in te stellen. Sluitertijd kan worden ingesteld op “×200” of op waarden tussen 30 sec. en 1/8.000 sec., of de sluiter kan voor onbepaalde tijd open worden gehouden voor een lange tijdopname (0 Lange tijdopnamen (stand M)). Diafragma kan worden ingesteld op waarden tussen de minimale en maximale waarden voor het objectief. Gebruik de belichtingsaanduidingen om de belichting te controleren.

Monitor

Sluitertijd

Diafragma

Bedieningspaneel

Sluitertijd

Diafragma

Sluitertijd en diafragma kunnen bij de geselecteerde instellingen worden vergrendeld.

Belichtingsaanduidingen

De belichtingsaanduidingen geven aan of de foto wordt onder- of overbelicht bij de huidige instellingen. Afhankelijk van de optie gekozen voor Persoonlijke instelling b1 (Stapgrootte inst. belichting) wordt de hoeveelheid onder- of overbelichting in stappen van 1/3 of 1/2 LW aangeduid. De weergaven knipperen als de limieten van het belichtingsmeetsysteem worden overschreden.

  Persoonlijke instelling b1 ingesteld op “1/3 stap”
Optimale belichting Onderbelicht met 1/3 LW Overbelicht met meer dan 3 LW
Monitor
Zoeker

Automatische instelling ISO-gevoeligheid (stand M)

Wanneer automatische instelling voor ISO-gevoeligheid (0 Automatische instelling ISO-gevoeligheid) is ingeschakeld, wordt de ISO-gevoeligheid automatisch aangepast voor optimale belichting bij de geselecteerde sluitertijd en diafragma.

Gebruikersinstellingen standen U1, U2 en U3

U kunt veelgebruikte instellingen aan de U1, U2 en U3-posities op de standknop toewijzen.

Gebruikersinstellingen opslaan

Volg de onderstaande stappen om instellingen op te slaan:

  1. Selecteer een stand.

    Draai de standknop naar de gewenste stand.

  2. Pas instellingen aan.

    Maak de gewenste aanpassingen aan de camera-instellingen, inclusief:

    • opties foto-opnamemenu,
    • opties filmopnamemenu,
    • Persoonlijke instellingen, en
    • opnamemodus, sluitertijd (standen S en M), diafragma (standen A en M), flexibel programma (stand P), belichtingscorrectie en flitscorrectie.
  3. Selecteer Gebruikersinstellingen opslaan.

    Markeer Gebruikersinstellingen opslaan in het setup-menu en druk op 2.

  4. Selecteer een positie.

    Markeer Opslaan in U1, Opslaan in U2 of Opslaan in U3 en druk op 2.

  5. Sla gebruikersinstellingen op.

    Markeer Instellingen opslaan en druk op J om de instellingen die zijn geselecteerd in stap 1 en 2 toe te wijzen aan de standknoppositie geselecteerd in stap 4.

Gebruikersinstellingen oproepen

Wanneer u de standknop naar U1, U2 of U3 draait, worden de instellingen opgeroepen die het laatst voor de betreffende positie zijn opgeslagen.

Gebruikersinstellingen terugzetten

Om instellingen voor U1, U2 of U3 terug te zetten naar standaardwaarden:

  1. Selecteer Gebruikersinstell. terugzetten.

    Markeer Gebruikersinstell. terugzetten in het setup-menu en druk op 2.

  2. Selecteer een positie.

    Markeer U1 terugzetten of U2 terugzetten of U3 terugzetten en druk op 2.

  3. Zet de gebruikersinstellingen terug.

    Markeer Terugzetten en druk op J om de standaardinstellingen te herstellen voor de geselecteerde positie. De camera werkt in stand P.

Gebruikersinstellingen U1, U2 en U3

De ontspanstand wordt niet opgeslagen. Bovendien worden de volgende instellingen niet opgeslagen.

Foto-opnamemenu:

  • Opslagmap
  • Kies beeldveld
  • Picture Control beheren
  • Meervoudige belichting
  • Intervalopnamen
  • Time-lapse-film
  • Opname met focus-shift

Filmopnamemenu:

  • Kies beeldveld
  • Picture Control beheren

Lange tijdopnamen (stand M)

Selecteer de volgende sluitertijden voor lange tijdopnamen van bewegende lichten, de sterren, nachtlandschappen of vuurwerk.

  • Sluitertijd: bulb (opname van 35 seconden)
  • Diafragma: f/25
  • Bulb: De sluiter blijft open terwijl de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden.
  • Tijd: De opname start wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt en eindigt wanneer de knop opnieuw wordt ingedrukt.

Plaats, om onscherpte te voorkomen, de camera op een statief of gebruik een optionele draadloze afstandsbediening, afstandsbedieningskabel of ander op afstand bediend apparaat. Nikon raadt ook het gebruik van een volledig opgeladen accu of een optionele lichtnetadapter en stroomaansluiting aan om stroomverlies te voorkomen terwijl de sluiter open is. Merk op dat ruis (heldere vlekken, willekeurige heldere pixels of waas) in lange tijdopnamen te zien kan zijn. Heldere vlekken en waas kunnen worden verminderd door Aan voor Ruisonderdr. lange tijdopname te kiezen in het foto-opnamemenu.

  1. Maak de camera gereed.

    Bevestig de camera op een statief of plaats op een stabiele, vlakke ondergrond.

  2. Selecteer stand M.

    Draai de standknop naar M.

  3. Kies een sluitertijd.

    Draai aan de hoofdinstelschijf om een sluitertijd Bulb of Time (Tijd) te kiezen.

    Bulb

    Tijd

  4. Open de sluiter.

    Bulb: Druk na het scherpstellen de ontspanknop volledig in. Houd de ontspanknop ingedrukt totdat de belichting is voltooid.

    Tijd: Druk de ontspanknop volledig in.

  5. Sluit de sluiter.

    Bulb: Haal uw vinger van de ontspanknop.

    Tijd: Druk de ontspanknop volledig in.